Verschillende vormen van rugklachten
Rugklachten kunnen verschillende medische patronen hebben. Het onderscheid tussen aspecifieke lage rugpijn, zenuwgerelateerde pijn en specifieke rugpijn helpt om te bepalen welke beoordeling of behandeling passend is.
Aspecifieke lage rugpijn
Aspecifieke lage rugpijn is lage rugpijn zonder aanwijzingen voor een specifieke ernstige aandoening, zoals een wervelfractuur, infectie, tumor, inflammatoire aandoening of lumbosacraal radiculair syndroom. Dit is de meest voorkomende vorm van rugpijn.
De klachten bestaan vaak uit lokale pijn, stijfheid, een gevoel van vastzitten of vermoeidheid in de onderrug. De pijn kan wisselen in sterkte en wordt vaak beïnvloed door belasting, houding, activiteit, herstel en stress. Uitstraling naar de bil of het bovenbeen kan voorkomen, maar neurologische uitval staat niet op de voorgrond.
Bij aspecifieke lage rugpijn staat inzicht in het klachtenpatroon, het onderhouden van dagelijkse activiteiten binnen een passende belasting en het geleidelijk uitbreiden van belastbaarheid centraal.
Lumbosacraal radiculair syndroom en hernia
Een lumbosacraal radiculair syndroom is een klachtenbeeld waarbij een zenuwwortel in de onderrug wordt geprikkeld of bekneld. Een mogelijke oorzaak is een hernia: een uitstulping van een tussenwervelschijf die druk kan geven op een zenuwwortel.
Kenmerkend is uitstralende pijn vanuit de onderrug of bil naar één been, vaak tot onder de knie. De pijn kan scherp, brandend of elektrisch aanvoelen en samengaan met tintelingen, doofheid, een veranderd gevoel of krachtsverlies. Hoesten, niezen, persen, lang zitten of bepaalde bewegingen kunnen de klachten versterken.
Niet iedere beenuitstraling wijst op een hernia. Bij een lumbosacraal radiculair syndroom wordt het klachtenpatroon beoordeeld in samenhang met een neurologisch onderzoek, waaronder onderzoek van gevoel, spierkracht en reflexen.
Specifieke en traumagerelateerde rugpijn
Specifieke lage rugpijn is rugpijn met aanwijzingen voor een onderliggende aandoening of een klachtenpatroon dat niet past bij aspecifieke lage rugpijn. Voorbeelden zijn rugpijn na een ongeval of val, een wervelfractuur, een ontsteking, een reumatische aandoening, een vernauwing van het wervelkanaal of een andere structurele oorzaak.

Manuele therapie bij rugklachten
Manuele therapie is een gespecialiseerde vorm van fysiotherapie voor klachten van de wervelkolom en gewrichten. Bij rugklachten staat een actieve aanpak centraal: inzicht krijgen in de klacht, blijven bewegen en het stapsgewijs opbouwen van activiteiten die voor u belangrijk zijn.
De behandeling wordt afgestemd op uw klachten, dagelijkse activiteiten en doelen. Deze kan bestaan uit uitleg over rugpijn en herstel, adviezen over belasting en herstelmomenten, oefentherapie voor kracht, conditie en beweeglijkheid en begeleiding bij het hervatten van werk, sport of andere activiteiten.
Wanneer onderzoek aanwijzingen geeft voor een beperkte beweeglijkheid of mechanische beperking, kunnen mobilisaties of manuele technieken aanvullend worden ingezet. Deze technieken worden niet als losse behandeling toegepast, maar maken onderdeel uit van een plan met oefentherapie en actieve opbouw.
