
Primaire hoofdpijnvormen
Bij primaire hoofdpijn is hoofdpijn de hoofdklacht en geen gevolg van een andere aantoonbare aandoening. De meest bekende vormen zijn migraine, spanningshoofdpijn en clusterhoofdpijn.
Migraine bestaat vaak uit aanvallen van bonzende of kloppende hoofdpijn, meestal aan één kant van het hoofd. De klachten kunnen samengaan met misselijkheid, overgevoeligheid voor licht, geluid of geuren en soms een aura, zoals tijdelijke visuele verschijnselen.
Spanningshoofdpijn voelt vaak als een drukkende of knellende band om het hoofd. De pijn is meestal mild tot matig, vaak tweezijdig en neemt doorgaans niet toe door normale dagelijkse activiteiten.
Clusterhoofdpijn bestaat uit zeer hevige, kortdurende aanvallen aan één kant van het hoofd, meestal rond of achter één oog. Tijdens een aanval kunnen bijvoorbeeld een tranend of rood oog, een verstopte of lopende neus, zweten in het gezicht of onrust optreden. Clusterhoofdpijn vraagt altijd beoordeling en behandeling via de huisarts of neuroloog.
Secundaire hoofdpijnvormen
Bij secundaire hoofdpijn is hoofdpijn het gevolg van een andere oorzaak of aandoening. Voorbeelden zijn medicatie-afhankelijke hoofdpijn, een trauma, aandoening of functiestoornissen van de nek en klachten van het kauwstelsel.
Hoofdpijn in samenhang met het kauwstelsel
Hoofdpijn die samenhangt met het kauwstelsel wordt vaak gevoeld bij één of beide slapen, in het gebied van de slaapspieren. De hoofdpijn kan samengaan met pijn of vermoeidheid van de kauwspieren, kaakpijn, een beperkte mondopening, kaakgeluiden of een gevoel van spanning in het gezicht.
Een relatie met het kauwstelsel is vooral denkbaar wanneer de hoofdpijn herkenbaar verandert bij kaakgebruik. Bijvoorbeeld bij kauwen, hard of langdurig eten, praten, zingen, gapen, de mond ver openen of tijdens momenten van klemmen en tandenknarsen. Ook kan langdurige belasting van de kauwspieren leiden tot een vermoeid of drukkend gevoel bij de slapen.
Cervicogene hoofdpijn
Cervicogene hoofdpijn wordt beschreven als hoofdpijn die samenhangt met een aandoening of functiestoornis in de nek. De pijn begint vaak in de nek of aan de achterzijde van het hoofd en kan uitstralen naar het voorhoofd, de slaap of rondom een oog.
Nekpijn, een beperkte beweeglijkheid en herkenbare verergering bij bepaalde nekbewegingen kunnen onderdeel zijn van het klachtenpatroon. De pijn is vaak zeurend van aard, kan in aanvallen komen en dan uren tot dagen duren.
Medicatie-afhankelijke hoofdpijn
Hoofdpijn kan ontstaan of verergeren door frequent gebruik van medicijnen tegen hoofdpijn. Dit wordt medicatieovergebruikshoofdpijn of medicatie-afhankelijke hoofdpijn genoemd.
Mensen met migraine of spanningshoofdpijn lopen meer risico op medicatie-afhankelijke hoofdpijn. Door frequent gebruik van aanvalsmedicatie kan hoofdpijn vaker optreden of een meer chronisch karakter krijgen. Daardoor ontstaat gemakkelijk een vicieuze cirkel: hoofdpijn leidt tot medicijngebruik, terwijl het frequentie gebruik de hoofdpijn in stand kan houden.
Medicatie-afhankelijke hoofdpijn wordt onder meer overwogen bij hoofdpijn op vijftien of meer dagen per maand, in combinatie met overmatig gebruik van acute hoofdpijnmedicatie gedurende langer dan drie maanden.

Orofaciale en/of manuele therapie bij hoofdpijnklachten
Orofaciale therapie en manuele therapie zijn gespecialiseerde vormen van fysiotherapie voor hoofdpijnklachten, waarbij factoren vanuit het kauwstelsel, de wervelkolom of spieren in het hoofd-halsgebied een rol kunnen spelen. De behandeling richt zich op beïnvloedbare factoren die het klachtenpatroon kunnen onderhouden of versterken.
Orofaciale therapie wordt ingezet wanneer het klachtenpatroon samenhangt met het kauwstelsel. Manuele therapie past bij hoofdpijn waarbij nekpijn, nekbewegingen of belasting van de nek en bovenrug een rol spelen.
Hoofdpijn-, kaak- en nekklachten beïnvloeden elkaar soms. In dat geval kunnen orofaciale en manuele therapie worden gecombineerd.
